Klein Theater Doetinchem
1999: 'Vrouwen van Troje'
In zijn tragedie Vrouwen van Troje richt schrijver, dichter Euripides zich tegen de waanzin van de oorlog.
Hij wil zijn medeburgers waarschuwen en hun bloeddorstige vechtlust een halt toeroepen. Hij toont de onmenselijke hartvochtigheid van de overwinnaars en het naamloze leed van de overwonnenen. Hij toont het publiek geen heldendaden, hij laat het stuk spelen ná de tienjarige belegering en de verwoesting van Troje. De Trojaanse bevolking is voor het grootste gedeelte uitgemoord en daarbij worden zelfs kinderen niet gespaard. De Trojaanse vrouwen hebben de oorlog niet gevoerd, zij hebben geen wapen aangeraakt, geen druppel bloed vergoten. De oorlog is vanouds een bedrijf van mannen. Maar de vrouwen ondergaan in hun machteloze onschuld het diepste leed.
Zo is Vrouwen van Troje een anti- oorlogsstuk, waarin het schrijnend licht valt op de smart die in de oorlog vrouwen onverdiend wordt aangedaan. Het is dan ook geen wonder dat Euripides met het oog op dit stuk wel eens een pacifistisch dichter is genoemd.
Ook nu hoeft men de televisie maar aan te zetten, de krant maar open te slaan, om geconfronteerd te worden met de gruwelen van het oorlogsgeweld. Het is helaas een al te tragisch feit dat het stuk van Euripides en Sartre niet achterhaald is: dat de poëtische verbeelding van het leed van de Vrouwen van Troje slechts een schaduw is van het afgrijselijke lot van vele vrouwen en meisjes in bijvoorbeeld het voormalig Joegoslavië, in het Midden Oosten, in Centraal Afrika.
Regie: Jan Hendriks
spel: Berna van Campen, Hanneke van Vonno, Jack van Liesdonk, Rita Willemsen, Jannie Tomberg, Janine Verhoef, Leo Milius, Annelies van Rijssen, Toos Brinksma, Truus van Eekhout, Diny Harmsen, Graadje Kok, Rosalie Vos, Jeanine Manders, Margreet Roelofzen Marchel Chevalking, Ton Coppus
speeldata:
29 mei, Bommersheuf, Zevenaar
4 en 5 mei schouwburg Amphion, Doetinchem
25 september, Parktheater Arnhem
2 oktober, kwaksmölle Varsseveld
|