vorige pagina
 

Voorstelling

Droom

1997: 'Onderdak'

Zeven daklozen vinden iedere avond onderdak. Hun eigen plek moesten ze verlaten. Ze namen mee wat ze konden dragen. Maar hun verhalen willen ze kwijt. Onderdak is opgebouwd uit bestaande teksten van onder andere Edward Albee, Stany Crets, Gustav Ernst, Jaap Visser, Anton Tsjechov, Wanda reisel, Witold Gombrowicz en koningin Beatrix en uit improvisaties.

regie: Jochem de Rooi
spel:
Pauline Blanken, Ria Esselink, Wieneke Hoeben, Willeke van Laar, Rita Oldenhave, Robert Rood en José Stuyt
Cultureel Centrum 't Duifje Arnhem 6, 7 en 8 juni 1997


Gelderlander zaterdag 7 juni 1997

Intense damesdroom in een open schuur

Onderdak door amateurtheatergroep Damesdroom en Heren ook. Spel:Pauline Blanken, Ria Esselink,Wieneke Hoeben, José Stuyt, Rita Oldenhave, Robert Rood, Willeke vanLaar. Vormgeving: Ellis Elmendorp.Techniek: Edwim Peters. Advies: Nelleke Verweij. Regie: Jochem deRooi. Gezien: gisteravond, Cultureel Centrum 't Duifje, Oude Huissenseweg 4, Arnhem. Nog te zien aldaar: vanavond en morgenavond.

Door SUZANNE HOENDERDAAL

Zes vrouwen en een man leven in een open schuur. Zeven zwervers, haveloos, uitzichtsloos, wel met een verleden maar zonder toekomst. In hun boodschappenkarretjes dragen ze souvenirs uit dat verleden mee. In hun hoofden wonen verhalen. Geleend van Edward Alhee, Stany Crets, Gustav Ernst, Jaap Visser, Anton Tsjechov, Wanda Reisel, Witold Gombrowicz en Koningin Beatrix.
Hoewel het publiek aanvankelijk allerminst welkom is (maar weigert te vertrekken), wordt van de nood een deugd gemaakt en kan het altijd nog als klankbord fungeren. Waarschijnlijk hebben ze elkaar alles al verteld wat er te vertellen valt. Er is dan ook nauwelijks onderling contact, zeker niet verbaal. Wel zijn de schuurbewoners bereid elkaar bij te staan als zetstukken', wanneer een van hen zijn of haar monoloog speelt.

Sommigen zijn behoorlijk in de war. De één heeft een fascinatie voor schoenen, de ander voor muziek. Een derde danst voor zichzelf, een vierde kan geen afstand doen van haar telefoon.
Eigenlijk is de formule nogal afgezaagd en voorspelbaar: ze komen allemaal aan de beurt en tussen elk stukje tekst klinkt muziek.

Het wordt dan aftellen: die en die zijn aan de beurt geweest, die en die moeten dus nog komen, wie zal het zijn? Het is dan ook bijna verwarrend - of verrassend - wanneer er ééntje overblijft die geen tekst heeft. Het publiek wacht op haar, applaus blijft uit.
Desondanks brengen de dames en de heer hun verhalen met intensiteit en vaak ook met de melancholie van het voorbije. Aan hun voordrachten mankeert niets. En natuurlijk gaat het bijna altijd over de liefde. Over de geliefde die, hoe aanbeden ook, een bedrieger bleek te zijn. Over de echtgenote die al te bleu was. Maar ook over de onbegrijpelijke dood en de rouw die ze achterlaat. Opgetekend uit koninklijke bron.